Blog

Het mag wel iets harder hoor!

Met bokshandschoenen aan staan we tegenover elkaar. Stephan laat ons korte gevechtjes doen in tweetallen. Het is de bedoeling om elkaar te raken en daar kort iets over te zeggen.

“Vind je de manier waarop je wordt geraakt duidelijk? Komt de klap aan, voel je er iets van?”

“Vind je de manier waarop je wordt geraakt prettig? Is het pijnlijk of is het goed?”

Verbazingwekkend wat mij in korte tijd helder wordt. Je deelt een stoot uit en krijgt meteen te horen dat het wel harder, zachter, puntiger, duidelijker of steviger mag.

Hoe heerlijk is dat! Ik kan hierdoor van alles uitproberen totdat het precies goed is.

Niet te hard, dat doet namelijk zeer. Zeker niet te zacht, dat voelt ongemakkelijk als ontvanger. Precies er tussen in vind ik prettig.

Mijn partner en ik hebben een kort gesprekje na afloop. Het valt ons allebei op dat we vooral verdedigen. We staan erg gesloten met onze armen voor ons lijf. Het is lastig om elkaar te raken. Willen we ons wel laten raken door de ander? Blijkbaar niet. We zijn allebei afwachtend,  hoeven niet zo nodig te scoren. We willen vooral voorkomen dat we verliezen. Interessant! Doen we dit in de dagelijkse praktijk ook? Iets om over na te denken.

Net als ik een goede flow heb met mijn partner schuiven we door naar een nieuwe partner. Daar begint het zoekproces opnieuw. Eerst even aftasten en daarna door middel van uitproberen en terugkoppelen de juiste afstemming met elkaar vinden.

Wanneer je feedback geeft kun je gebruik maken van deze kennis. Begin bijvoorbeeld eens met een stoot uitdelen die duidelijk en puntig is, maar niet te pijnlijk. Het is daarbij belangrijk om de ander niet te onderschatten. Mensen kunnen best wel wat hebben. Sterker nog, het is voor veel mensen prettiger om een duidelijke boodschap te krijgen die helder is, die je snapt, ook al is het pijnlijk. Dan weet je tenminste wat de ander wil zeggen en kun jij bedenken wat je ermee wilt. Daar kun je meer mee dan met een zachte, onduidelijke afzwaaier. Dan moet jij bedenken wat de boodschap misschien zou kunnen zijn. Of je moet er naar vragen.

Weet jij of de feedback die jij geeft duidelijk genoeg is? Of te zacht? Of te pijnlijk?

Je kunt allereerst kijken naar de reactie van de ontvanger. Gaat die onmiddellijk in de tegenaanval? Oftewel krijg je meteen een aantal stoten terug. Dan was je feedback wellicht te heftig, te pijnlijk of te onverwachts. Kruipt de ontvanger meteen in z’n schulp? Dan is je feedback misschien wel duidelijk genoeg, maar niet prettig om te ontvangen. Doet de ontvanger helemaal niets?  Dan was je feedback misschien niet duidelijk genoeg. Misschien moet je je feedback iets krachtiger, puntiger of directer maken.

Je kunt natuurlijk ook vragen aan de ontvanger hoe de feedback aankomt. “Als ik dit zo tegen je zeg, snap je dan wat ik bedoel?” of “Als ik dit zo tegen je zeg wat vind je daar dan van?”

Als het je lukt om op die manier met elkaar te sparren kun je samen op zoek naar een manier van feedback geven die duidelijk en prettig is. Dat zou de samenwerking een stuk eenvoudiger maken.